Aan het woord: jongveespecialist Johan Verdaasdonk: ‘ik ben vraagbaak en klankbord’

Vraag Nutrifeed jongvee­specialist Johan Verdaasdonk wat hij het mooist vindt aan zijn werk en hij hoeft niet lang na te denken. ‘Naast de veehouder staan om te helpen de jongveeopfok te verbeteren.’

Johan is inmiddels zeven jaar jongvee­specialist. Daarvoor was hij adviseur melkkwaliteit bij FrieslandCampina. ‘De link naar de zuivel had ik al’, motiveert hij de overstap. ‘Ik vond dat de jongveeopfok op veel bedrijven wel beter kon. Het hing er op sommige plaatsen een beetje bij’, beschrijft hij. ‘Dat is inmiddels heel anders geworden. Veehouders realiseren zich heel goed dat een goede jongveeopfok geld oplevert.’

Wel of niet alle biest uitmelken?

Zijn werk is heel divers. Van het bezoeken van zijn vaste klanten, het kalibreren van drinkautomaten – ‘dat noem ik gewoon service’- tot en met het helpen bij ­problemen. Dat levert soms op een bedrijf stof tot discussie op. Zoals bij de vader en zoon die beiden andere ideeën hadden over de hoeveelheid eerste biest. ‘Vader had geleerd dat een liter of twee uit de koe halen wel genoeg was, de zoon vond dat de koe wel helemaal uitgemolken mocht worden.’ Johan geeft hiermee maar aan dat er in management en voeding telkens weer nieuwe inzichten komen. Hij deelt dat graag. ‘Ja hoor, je kunt de koe het best helemaal uitmelken en het kalf zoveel mogelijk biest geven.’

Luisteren en complimenten geven

De verschillen tussen bedrijven in de jongveeopfok zijn best groot, signaleert hij onderweg. ‘En daarmee is er ook een groot verschil in tevredenheid tussen veehouders.’ Waar de éne veehouder al aan de bel trekt bij één ziek kalf, zal een ander pas bellen wanneer het uit de hand dreigt te lopen. ‘Voor mij is het heel belangrijk om te luisteren naar een veehouder. Wat ziet hij/zij aan de kalveren? Wat wil hij/zij verbeteren?’ Ondanks dat hij regelmatig op ­probleembedrijven komt schroomt hij niet om complimenten te geven aan de verzorgers van de kalveren en het jongvee. ‘Er zijn ook altijd dingen die goed gaan, dat moet je ook benoemen.’
Hij merkt dat een kengetal als de KalfOK-score de bewustwording op bedrijven groter heeft gemaakt. ‘Het maakt inzichtelijk hoe het op het bedrijf gaat. Bovendien kun je als veehouder zo ook vergelijken hoe je het ten opzichte van collega’s doet.’ Als jongvee­specialist voelt Johan zich dan een klankbord. ‘Iemand die kritisch meekijkt, maar ook partner is voor de veehouder bij het zoeken naar oplossingen. En het mooie is, het zijn lang niet altijd dure oplossingen. Het zit soms in kleine dingen.’

Driehoekjes maken

Hij werkt in zijn rayon Zuidwest Nederland, van de kust tot en met de lijn Den Bosch/Eindhoven, veel samen met voer­specialisten. ‘We zijn elkaars ogen en oren. Dat maakt het ook laagdrempelig om bij elkaars veehouders te helpen.’ Als veehouders bellen is het ­probleem vaak al groot, geeft Johan aan. ‘De adviseur ziet het vaak eerder, dan moet je betrouwbaar en makkelijk kunnen schakelen met elkaar.’ Nog een plus in de samenwerking is dat ze regelmatig samen aan tafel zitten. ‘Het is verstandig om een driehoek te maken met de dierenarts, de adviseur en de veehouder. Samen kom je tot een betere aanpak en daarmee sneller resultaat. Daar wordt iedereen blij van, en zeker de kalveren.’

Poederkosten: kan het lager?

Regelmatig krijgt Johan Verdaasdonk de vraag van melkveehouders over de kosten voor melkpoeder omlaag kunnen. ‘Ook boekhouders stellen deze vragen. Zij baseren zich echter op het gemiddelde poederverbruik, maar er zijn ook bedrijven waar de stiertjes volle melk krijgen, of zelfs alle kalveren. Daarmee daalt het gemiddelde poederverbruik per kalf.’ Aan de andere kant geeft de jongvee­specialist aan dat de melkpoeder ook een keuze is: je kunt omlaag met de hoeveelheid poeder, of een goedkopere poeder inzetten. ‘Dat kost beide wel groei en ontwikkeling, maar dat zie je vaak niet als hard geldbedrag terugkomen.’ Ook in de nauwkeurigheid van de automaat valt nog weleens wat te doen. ‘Zo heb ik weleens 4 kilo kunnen besparen per kalf. Op een bedrijf met 100 koeien levert dat een ‘winst’ van 160 kilo poeder. De veehouder kwam toen op 55 kilo poeder per kalf voor de totale opfok.’  Vervolgens had diezelfde veehouder wel 10 vaarskalveren teveel op zijn bedrijf, 40 stuks tot een jaar in plaats van 30. ‘Over die 550 kilo poeder, 10 dieren x 55 kilo, te veel was geen discussie. In mijn werk is dit ook een taak, om dit soort zaken te benoemen.’