Inzicht in biestkwaliteit, van essentieel belang!

“Hoe geler de biest is, hoe meer antistoffen er aanwezig zijn in de biest” is een stijlregel die u vast kent en die wij zelf ook vaak hanteerden voor het bepalen van de biestkwaliteit. Maar hoe betrouwbaar is deze waarneming? Om daar achter te komen, zijn wij op ons bedrijf onlangs gestart met het meten van de biestkwaliteit: De eerste stap voor gedegen biestmanagement.
Inzicht in biestkwaliteit, van essentieel belang!

Drogestof = kwaliteit!

Een kalf wordt geboren zonder een actief immuunsysteem. Daarom is het erg belangrijk om de eerste biest van de moeder, die rijk is aan immunoglobulinen en heel veel andere voedingsstoffen, zo snel mogelijk aan het kalf te verstrekken. De immunoglobulinen worden opgenomen via de darmwand en helpen het kalf weerstand op te bouwen tegen allerlei ziekteverwekkers die het kalf kan tegenkomen.

De kwaliteit van biest is direct gekoppeld aan het gehalte van vaste bestanddelen in de biest, ook wel de drogestof. Hoe meer drogestof, hoe beter de kwaliteit! Wij gebruiken een brix, breking index, refractometer voor het snel aflezen van het drogestofgehalte in de biest. De brix refractometer meet de breking van het licht dat door een aantal druppels biest schijnt. De mate van breking is gekoppeld aan de hoeveelheid drogestof in de biest. Door middel van de verbinding brix–drogestof–IgG kan de kwaliteit van de biest eenvoudig vastgesteld worden.

Wanneer is de biest van goede kwaliteit?

Biest met een brix-waarde van onder de 20% wordt gekenmerkt als slechte kwaliteit. Biest boven de 24% wordt als goed gekwalificeerd en hoger dan 26% als zeer goed. Dus hoe hoger de brix-waardes, des te beter de biestkwaliteit is.

Om de brix-waarde te kunnen vergelijken met het aantal immunoglobulinen in de biest, maken wij gebruik van een protocol. Een gemiddeld kalf, met een geboortegewicht van 40 kilogram, zou minimaal 250 gram immunoglobulinen binnen moeten krijgen tijdens de eerste voeding.

In dit protocol wordt duidelijk aangegeven, hoeveel liters het kalf tijdens de eerste voeding binnen moet krijgen, om minimaal 250 gram immunoglobulinen tijdens de eerste voeding binnen te krijgen.

Meten = weten!

Heel simpel gezegd, meten is weten. Op het oog kan de kwaliteit van de biest niet worden vastgesteld, een gele kleur betekent niet per sé een betere kwaliteit. Het regelmatig meten geeft inzicht in de mogelijke variaties van de hoeveelheid antistoffen binnen de veestapel. Met deze kennis kunnen wij de droogstand en de kalveropfok verder optimaliseren. Hoe staat het met uw biestkwaliteit gesteld?

Groeten,

Eline Hoekstra

 

Neem contact op

Wilt u meer informatie of een persoonlijk advies? Neem contact op met één van onze opfokspecialisten.

Contactformulier
Klik hier
Nieuwsbrief

Geen nieuws missen? Abonneer u op de nieuwsbrief.

Volg de ervaringen en kennis van opfokspecialisten en veehouders

Inschrijven